Je lichaam herinnert zich alles - zelfs wat je probeert te vergeten.
De zon daalt langzaam achter de ramen van mijn woonkamer, en de lucht is nog warm van de dag, maar binnen is het stil. Te stil. De enige geluiden zijn het zachte zuchten van de lucht die door de kier van de vensterbank trekt, en het zachte druppelen van de essentiële olie op het houten tafelblad. Lavendel. Citroen. Bergamot. Ze vatten de lucht in een zwevend netwerk van rust, alsof de ruimte zelf ademhaalt. Ik lig op de massagetafel, naakt, alleen met een linnen doek over mijn heupen, en wacht. Niet op de pijn. Niet op de druk. Maar op de momenten waarop je lichaam zichzelf weer ontdekt.
Ze komt binnen zonder te kloppen.
Haar voeten zijn zacht, bijna onzichtbaar op het houten vloer. Ze draagt een losse, zijden robe, open aan de voorkant, zodat je een glimp vangt van haar huid - warm, glinsterend van een lichte olie, alsof ze net uit een bad kwam. Haar haar valt los over haar schouders, donker, met een glans van kastanje, en haar ogen - die ogen - zijn niet alleen kijken. Ze zien je. Niet je gezicht. Niet je lichaam. Maar de plekken waar je jezelf vergeten bent. De spieren die je nooit ontspant. De ademhaling die je nooit volledig laat gaan. Ze zegt niets. Ze legt haar handen op mijn rug, niet om te drukken, maar om te voelen. Alsof ze zoekt naar de plekken waar ik mijn zorgen heb begraven.
Je voelt het voordat je het begrijpt.
Ze gebruikt geen harde knokkels. Geen snelle bewegingen. Alleen warmte. En geur. De olie glijdt als vloeibaar zilver over mijn rug, en met elke beweging van haar handen voel ik hoe mijn spieren beginnen te smelten. Niet als ijs. Niet als sneeuw. Maar als vet dat in een pan smelt - langzaam, zacht, onherroepelijk. Ze masseert mijn schouders, en ik voel hoe de spanning die ik sinds maanden mee draag, zich losmaakt. Niet met kracht. Met vertrouwen. Haar vingers glijden langs mijn wervelkolom, en ik voel een diepe trilling in mijn buik. Een diepe, warme, zwoele trilling. Mijn lichaam herkent haar voordat mijn geest het toestaat. Mijn borstkas zakt dieper. Mijn ademhaling wordt zwaarder. Mijn penis begint te kloppen. Niet omdat ze het wil. Maar omdat ik het eindelijk toesta.
Ze weet wat je wilt - voordat je het zegt.
Ze draait me om. Niet snel. Niet onbeleefd. Als een vrouw die weet dat je niet wil dat je verlangen wordt afgewezen. Ze kijkt me aan, en haar blik is niet erotisch. Niet op een manier die je verwacht. Het is dieper. Het is een belofte. Ze legt haar handen op mijn borst, en haar duimen strelen mijn tepels - niet hard, niet snel. Gewoon genoeg om te doen dat mijn lichaam zichzelf oproept. Mijn heupen stijgen. Mijn adem stokt. En dan - haar vingers glijden langzaam naar beneden. Over mijn buik. Over mijn schaamhaar. Over mijn penis. Niet om te pakken. Niet om te strelen. Alleen om te voelen. Alsof ze de warmte van mijn verlangen wil opsluiten in haar handen. Ik voel hoe mijn lichaam begint te trillen. Niet van angst. Van verlossing.
De olie wordt je tweede huid.
Ze giet een druppel bergamot op mijn penis. Niet als een truc. Niet als een provocatie. Als een offering. De geur is fris, citrusachtig, maar met een diepe, houtige kern - net als haar. Ze begint te masseren. Niet met haar handen. Met haar gevoel. Elke cirkel is een zucht. Elke druk is een vertrouwensbetuiging. Ik voel hoe mijn lichaam zich openstelt. Hoe mijn heupen zich naar haar toe draaien. Hoe mijn bilspieren zich spannen en ontspannen. Ze kijkt me aan terwijl ze me streelt. Haar ogen zijn niet vol verlangen. Ze zijn vol respect. En dat is wat me uiteindelijk laat los. Ik kom. Niet met een kreet. Niet met een ruk. Maar met een zucht. Diep. Lang. Als een ademhaling die ik sinds jaren niet heb gedaan. De olie glijdt langs mijn dijen, en ze veegt het zachtjes weg met haar vingertoppen. Ze zegt niets. Maar haar blik zegt alles: Je bent veilig. Je bent gehoord. Je bent niet alleen.
Na afloop ligt de stilte zwaarder dan ooit.
Ze legt een deken over me. Niet om me te bedekken. Om me te houden. Ik lig daar, nog steeds trillend, nog steeds voelend. Mijn lichaam voelt alsof het voor het eerst in jaren echt leefde. Niet als een machine. Niet als een tool. Maar als een levend, voelend, verlangend wezen. Ze zit naast me, haar hand op mijn bovenarm. Niet om te houden. Om te herinneren. Ik weet niet hoe lang we zo liggen. Ik weet alleen dat ik niet wil opstaan. Niet nu. Niet ooit. De geur van lavendel hangt nog in de lucht. De zon is verdwenen. Maar ik voel de warmte van de dag nog op mijn huid. En voor het eerst in lang, lang tijd - voel ik me helemaal.