London, een regenachtige avond in februari. De straten glinsteren onder het licht van de straatlamps, de lucht ruikt naar nat asfalt en verbrande koffie. Ik loop de smalle zijstraat in van Brick Lane, waar de geur van kurkuma, gember en heet olie me al vanaf de deur ontmoet. De houten deur van Shanti Spa is een verborgen oase van warmte en stilte, waar de drukte van de stad verdwijnt als een droom. Binnen zijn de muren bedekt met zachte zijde in saffraan en karmozijn, en licht van kandelaars flakkert over houten beelden van godinnen met ogen die je doorzien.
Ze zit achter de tafel, haar haar lang en donker, als vloeibaar houtskool, gevlochten met gouden strengen. Haar huid is warm, goudkleurig, als gesmolten chocolade onder zonlicht. Ze draagt een losse kameelkleurige sari, die haar schouders blootlaat en haar taille benadrukt alsof ze zelf de lucht heeft getekend. Haar vingers zijn lang, zacht, en ze kent elke spier, elke zenuw, elke plek waar je jezelf vergeten voelt. Ze kijkt me aan - niet met ogen, maar met een glimlach die je onderhuidse zenuwen doet trillen.
Ik ben een man die al te veel heeft gedaan, te veel heeft gedacht, te veel heeft gecontroleerd. Mijn schouders zijn stenen, mijn rug een kaart van stress, mijn lichaam een machine die niet meer weet hoe het moet ontspannen. Maar als ik haar kijk, voel ik iets wat ik al jaren niet meer voelde: verlangen. Niet alleen naar lichamelijke ontspanning. Nee. Ik verlang naar het moment waarop ze mijn huid aanraakt en ik niet meer weet wie ik ben. Ik verlang naar het moment waarop ik geen controle meer heb. En dat is precies wat ze me geeft.
Ze zegt niets. Alleen knikt ze, en daagt me uit met haar ogen. Ze zet de deur dicht. De geur van jasmijn en sesamolie vult de kamer. Ze laat de warme olie druppelen op mijn rug - een vloeibare kus die langzaam verspreidt als een vuur dat je niet kunt blussen. Haar vingers beginnen te bewegen. Niet masseren. Niet even snel. Ze speelt met mijn lichaam. Haar duimen glijden langs mijn spinale lijn, als een tong die langzaam een kus op je rug legt. Haar handen glijden over mijn schouders, en ik voel hoe mijn spieren niet alleen loskomen, maar ontwaken. Elke druk is een belofte. Elke streling, een verhaal dat ik niet durfde te vertellen.
Ze zet zich achter me, haar borsten bijna tegen mijn rug. Haar adem warmt mijn nek. Ik voel haar borstkas trillen als ze lacht - zacht, diep, als een liedje in het donker. Haar vingers glijden naar beneden, langs mijn heupen, over mijn billen, en ik voel hoe mijn lichaam begint te reageren. Niet omdat ik het wil. Maar omdat het moet. Haar handen blijven bewegen, terwijl haar nagels zacht over mijn huid krassen - niet genoeg om pijn te doen, maar wel genoeg om me te herinneren dat ik levend ben. Ik adem niet meer. Ik voel alleen. Haar vingers glijden naar mijn dijen, en dan… daar. Haar duim drukt op de plek waar mijn lichaam zich verbergt. Mijn heupen schieten naar voren. Ik probeer te zeggen dat het te veel is. Maar mijn mond is droog. Mijn tong is verlamd. Mijn hele lichaam trilt als een snaar die net is aangeslagen.
Ze draait me voorzichtig om. Ik zie haar ogen nu dichterbij. Ze ziet alles. Mijn angst. Mijn verlangen. Mijn schaamte. En ze lacht. Niet ironisch. Niet belerend. Maar als een vrouw die weet dat ze de sleutel heeft. Haar vingers strijken over mijn borst, mijn buik, mijn pennis. Niet snel. Niet agressief. Maar met een precisie die je laat vergeten dat je een man bent. Je bent gewoon een lichaam. Een verlangen. Een adem. Haar vingers omlijsten mijn penis, warm, zacht, en dan… haar lippen. Niet een kus. Niet een lichte aanraking. Haar mond sluit zich om me, en het is alsof de hele wereld op haar tong zit. Haar tong wrijft over de zijkant, haar tanden glijden zacht over mijn kop, en ik voel hoe mijn heupen opkomen, hoe mijn rug kromt, hoe mijn adem verandert van een zucht naar een gil. Ik probeer te stoppen. Maar ze houdt me vast. Haar ogen zijn dicht. Haar mond werkt. En ik weet: dit is wat ik heb gezocht. Niet een massage. Niet een behandeling. Maar een ontwaking.
Ze laat me niet los. Niet toen ik begon te stoven. Niet toen ik mijn heupen naar haar toe duwde. Niet toen ik mijn hoofd naar achteren gooide en mijn mond openmaakte als een man die zijn ziel laat vallen. Ze houdt me vast, en haar mond werkt als een machine die is ontworpen om me te veranderen. Ik voel het. Het komt. Het is te veel. Het is perfect. Ik schiet - niet alleen uit mijn lichaam, maar uit mijn verleden, uit mijn verlangens, uit mijn angst. En als het voorbij is, ligt ik daar. Zwetend. Trillend. Onmogelijk. En ze kijkt me aan. Haar lippen zijn vochtig. Haar ogen zijn helder. Ze zegt niets. Ze legt haar hand op mijn borst. En dan fluistert ze, in het Hindi, iets wat ik niet begrijp. Maar ik voel het. Het is hetzelfde als: Je bent thuis.
De olie droogt. De kaarsen branden nog. Ik blijf liggen. Niet omdat ik niet kan opstaan. Maar omdat ik niet wil. Ik voel me als een kind dat net voor het eerst slaapt zonder dromen. Zonder angst. Zonder controle. Alleen warmte. Alleen rust. Alleen haar.