Het licht is gedimd, alleen de kaarsen flonkeren op het houten vloer, hun vlammen dansen op de muur als ademhaling. De lucht ruikt naar zanderige mandelolie, een vleugje vanille, en iets wat niet te benoemen is - maar je voelt het in je buik. Een zachte, warme, diepe verlangens. De muziek is er niet, maar het geruis van haar adem, het zachte kraken van de houten tafel onder haar lichaam, het zacht geklik van de fles olie als ze hem opent - dat is de soundtrack van dit moment.
Zij ligt op haar buik, haar huid glinsterend van de olie, haar rug een zachte glooiing van spieren die zich ontspannen onder haar handen. Haar haar is los, valt als een donkere rivier over haar schouders, en elke keer als ze haar hoofd draait, ruik ik haar huid - zout, zacht, net na een bad, net na een zweet, net na het moment waarop ze zichzelf helemaal aan mij overgaf. Haar kont is vol, rondbuigend, de vorm van een appel die te zwaar is om te houden. Ze draagt geen ondergoed. Ze draagt alleen de olie. En mij.
Ik zit naast haar, mijn vingers nog koud, maar mijn hart al brandend. Ik heb haar zo vaak gezien, maar nooit zo. Niet zo kwetsbaar. Niet zo open. Niet zo couples massage in de ware zin van het woord. Ik ben geen masseur. Ik ben haar man. En dit is geen behandeling. Dit is een belofte. Een geheim taal. Een manier om te zeggen: ik zie je. Ik voel je. Ik wil je, niet alleen als lichaam, maar als adem, als zucht, als stilte tussen twee hartslagen.
Ik begin aan haar schouders. Mijn duimen drukken langzaam, diep, tot ik haar spieren voel ontspannen. Ze zucht, niet van pijn, maar van herkenning. Alsof ik haar ziel met mijn vingers openhaal. Haar adem wordt dieper, haar lichaam zakt verder in de tafel. Ik glijd naar haar rug, mijn handen glijden als warme rivieren over haar ruggengraat, langs haar schapels, langs de botten die haar zwaar maken en haar mooi. Ik voel hoe haar huid trilt als ik haar lendenen raak. Ze beet op haar lip, haar ogen dicht. Ze zegt niets. Maar haar lichaam schreeuwt.
Ik giet meer olie op haar billen. Mijn vingers glijden naar beneden, langs de kloof, langzaam, als een vinger die een deur opent. Ze schudt haar hoofd, niet van nee, maar van ongeloof. Ik ben nog niet binnen. Ik ben nog niet in haar. Maar ik voel haar al. Haar spieren trekken zich samen als ze me voelt naderen. Ik druk mijn duim tegen haar anus - niet hard, niet snel - alleen maar aanraking. Ze trekt haar adem in, haar lichaam trilt als een snaar die net is aangeslagen. En dan - een zucht. Een zucht die niet van angst komt. Een zucht die zegt: ja. Meer.
Ik draai haar om. Haar borsten zijn zacht, vol, de tepels al hard van de olie en de lucht. Ik kus haar borst, niet met liefde, maar met honger. Mijn mond glijdt naar haar nek, haar oor, haar kaak. Ze grijpt mijn haar, trekt me dichter. Haar benen spreiden zich vanzelf. Ze is nat. Niet door het olie, maar door mij. Door de man die haar aanraakt alsof ze een heiligdom is. Ik glijd met mijn vinger langs haar schaam, langzaam, tot ik haar klitje voel - opgezwollen, warm, trillend. Ze kreunt. Niet hard. Maar diep. Alsof het geluid uit haar borstkas komt, niet uit haar keel.
Ik laat mijn tong glijden over haar schaam, mijn mond op haar klitje, mijn tong een zachte, onophoudelijke cirkel. Ze schreeuwt niet. Ze snakt. Ze trilt. Haar heupen stoten naar beneden, niet om te komen, maar om meer te voelen. Ik voel haar spieren krampen, haar lichaam zich oprekken, haar adem stokken. En dan - haar handen grijpen mijn hoofd, ze duwt me harder, en ik voel haar stroomen. Niet een schok, niet een klap - een golf. Een oceaan die haar lichaam overspoelt. Ze zakt terug, haar ogen open, glazig, haar mond open, maar geen woorden. Alleen adem. Alleen mij.
Ik klim op haar, mijn penis tegen haar dij, nog niet binnen. Ze kijkt me aan. Haar ogen zijn niet meer die van een vrouw die wordt gemasseerd. Ze zijn die van een vrouw die wordt veroverd. Ik duw langzaam, één centimeter per seconde. Ze zucht mijn naam. Niet als een gebed. Als een belofte. Ik ben volledig in haar. En het voelt alsof ik haar hart heb binnengegaan. Ze sluit haar ogen, haar benen om mijn heupen, haar voeten krullen zich om mijn enkels. Ik begin te bewegen. Niet snel. Niet wild. Maar diep. Elke stoot is een woord. Elke beweging is een belofte. Ik geef haar alles. En ze geeft me alles terug. Haar lichaam omarmt mij als een tweede huid. Haar adem is mijn ritme. Haar kreunen zijn mijn muziek.
En toen het kwam - het was niet een explosie. Het was een stilte. Een diepe, warme stilte waarin we beide verloren gingen. Haar handen gleden langs mijn rug, haar nagels krabden zacht, als een teken dat ze me niet wilde laten gaan. Ik bleef in haar, mijn voorhoofd tegen haar hals, mijn hart tegen haar borst. We waren niet meer twee. We waren één adem. Één warmte. Één nacht die nooit zou eindigen.